Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 133 стр.

UptoLike

Составители: 

133
wvol keek. Maar opeens veranderde de uitdrukking op zijn gezicht. Ik be-
loof het niet, schreeuwde hij woedend. Ik heb daarnet alleen maar toege-
geven omdat ik hoopte dat je dan zou ophouden met zeuren. Maar ik neem
mijn belofte terug. Ik houd van autorijden. Er is niets leuker en spannender
dan heel hard over de wegen te scheuren.”
Daar was ik al bang voor, zei de Das. Neem hem mee naar boven en sluit
hem op in zijn slaapkamer. En hij blijft daar totdat hij beseft dat hij iedereen
bang maakt met zijn gedrag op de weg. Hij blijft in zijn slaapkamer totdat hij
belooft dat hij niet meer in een auto zal rijden.”
OPDRACHTEN (1)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
het avontuur, duidelijk, lastig: iem. ~ vallen, doen (aan), het ogenblik: op dit ~ , af-
gelopen: de ~ weken, het ~ jaar, de prak: een auto in de ~ rijden, veilig, eigenwijs, de
liefhebberij, overgaan (tot), naar de tiende klas overgaan, het lesje leren, beschermen,
zich netjes gedragen, splinternieuw, glanzen, koperen, bekijken, geruit, de rit: een ~je
maken, een proefrit maken, gebaren, volgen, de toon: op strenge ~ zeggen, voorlopig,
belachelijk, bekomen (van), gemakkelijk: dat is ~er gezegd dan gedaan, de studeerka-
mer, zodra, enig, de slag: een flink pak ~, berouwvol, daarnet, terugnemen, scheuren,
beseffen, bang maken, totdat, ongepast.
3. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.
4. Vat de tekst schriftelijk samen. Vertel de tekst na.
5. Maak passief:
Voorbeeld: Men eet in Nederland alleen s avonds warm. Er wordt in Nederland
alleen s avonds warm gegeten.
1. Men klopt op de deur. 2. Men heeft gezongen en gedanst. 3. In Duitsland spreekt
men Duits. 4. In Nederland drinkt men veel koffie. 5. Men leverde een nieuwe auto
bij het huis van de Pad af. 6. In de zomer doet men veel aan sport.
6. Vertaal in het Nederlands:
1. Ни слова не говоря, она выбежала из комнаты. 2. Не приставай к ней.
В
еди себя хорошо. 3. Это единственное, что тебе ещё могло бы помочь.
4.
Он очень странный человек: сначала он что-то обещает, а потом берёт
свои обещания обратно. 5. Об этом я могу позаботиться сама. 6. По-моему
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      wvol keek. Maar opeens veranderde de uitdrukking op zijn gezicht. “Ik be-
                      loof het niet,” schreeuwde hij woedend. “Ik heb daarnet alleen maar toege-
                      geven omdat ik hoopte dat je dan zou ophouden met zeuren. Maar ik neem
                      mijn belofte terug. Ik houd van autorijden. Er is niets leuker en spannender
                      dan heel hard over de wegen te scheuren.”
                      “Daar was ik al bang voor,” zei de Das. “Neem hem mee naar boven en sluit
                      hem op in zijn slaapkamer. En hij blijft daar totdat hij beseft dat hij iedereen
                      bang maakt met zijn gedrag op de weg. Hij blijft in zijn slaapkamer totdat hij
                      belooft dat hij niet meer in een auto zal rijden.”

                      OPDRACHTEN (1)

                      1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.

                      2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
                      uw woordenboek op:
                      het avontuur, duidelijk, lastig: iem. ~ vallen, doen (aan), het ogenblik: op dit ~ , af-
                      gelopen: de ~ weken, het ~ jaar, de prak: een auto in de ~ rijden, veilig, eigenwijs, de
                      liefhebberij, overgaan (tot), naar de tiende klas overgaan, het lesje leren, beschermen,
                      zich netjes gedragen, splinternieuw, glanzen, koperen, bekijken, geruit, de rit: een ~je
                      maken, een proefrit maken, gebaren, volgen, de toon: op strenge ~ zeggen, voorlopig,
                      belachelijk, bekomen (van), gemakkelijk: dat is ~er gezegd dan gedaan, de studeerka-
                      mer, zodra, enig, de slag: een flink pak ~, berouwvol, daarnet, terugnemen, scheuren,
                      beseffen, bang maken, totdat, ongepast.

                      3. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.

                      4. Vat de tekst schriftelijk samen. Vertel de tekst na.

                      5. Maak passief:
                      Voorbeeld: Men eet in Nederland alleen ‘s avonds warm. Er wordt in Nederland
                      alleen ‘s avonds warm gegeten.
                      1. Men klopt op de deur. 2. Men heeft gezongen en gedanst. 3. In Duitsland spreekt
                      men Duits. 4. In Nederland drinkt men veel koffie. 5. Men leverde een nieuwe auto
                      bij het huis van de Pad af. 6. In de zomer doet men veel aan sport.

                      6. Vertaal in het Nederlands:
                      1. Ни слова не говоря, она выбежала из комнаты. 2. Не приставай к ней.
                      Веди себя хорошо. 3. Это единственное, что тебе ещё могло бы помочь.
                      4. Он очень странный человек: сначала он что-то обещает, а потом берёт
                      свои обещания обратно. 5. Об этом я могу позаботиться сама. 6. По-моему

                                                                                                         133




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com