ВУЗ:
Составители:
Рубрика:
160
Hij ging achterover in de stoel liggen en deed zijn ogen dicht. Maar toen
hoorde hij een geluid. Het leek wel alsof er iemand met de tanden van een
kam langs de rand van de tafel streek. “Wie is daar?” vroeg Pinokkio.
“Ik ben het!” hoorde hij zeggen.
Pinokkio draaide zich om en zag een groot beest, dat langzaam over de muur
kroop. “Ik ben de sprekende krekel,” zei het beest. “Ik woon al meer dan
honderd jaar in deze kamer.”
“Dat kan mij niets schelen,” zei Pinokkio. “De kamer is nu van mij, dus laat
me met rust en maak dat je wegkomt.”
“Ik ga niet weg voordat ik je gewaarschuwd heb,” zei de krekel. “Want van
jongetjes die stout zijn tegen hun vader, komt niets terecht. En vroeg of laat
krijgen ze daar spijt van.”
Maar daar wilde Pinokkio helemaal niet naar luisteren. “Houd je mond, dom-
me krekel, en maak dat je wegkomt.” Maar de krekel zei: “Ik heb medelijden
met je, Pinokkio. Je hebt geen hersens, maar zaagsel in je hoofd. Het zal vast
en zeker slecht met je aflopen.”
Pinokkio werd heel boos. Hij pakte de hamer van Gepetto van de werkbank
en gooide die naar de krekel. Misschien had hij hem niet echt pijn willen
doen, maar de hamer kwam precies op het hoofd van de krekel terecht. Die
viel op de grond en bewoog niet meer.
“Zo, nu houd je tenminste je grote mond,” zei Pinokkio. Hij ging weer in de
stoel zitten en probeerde te slapen.
Maar het zou een verschrikkelijke nacht voor de ondeugende pop worden. Hij
had nog maar net zijn ogen dicht gedaan, toen zijn maag begon te rammelen!
“O, o, ik heb honger,” dacht hij. En hij keek om zich heen of hij ergens iets te
eten zag liggen. Maar hij vond niets. Hij wilde het zoeken net opgeven, toen
hij tussen een stapel houtsplinters een ei zag liggen. Hij raapte het ei op, pakte
een koekenpan, stak het fornuis aan, deed boter in de pan en sloeg het ei op de
rand van de pan kapot. Maar … er kwam een vogeltje uit het ei. Het vogeltje
streek zijn veertjes glad en vloog het raam uit.
Pinokkio liep naar buiten en keek in het vuilnisvat. Jammer genoeg vond hij
ook daarin niets te eten.
Hij belde aan bij de buurman om hem om eten te vragen. Maar die vond het
helemaal niet leuk om midden in de nacht wakker gemaakt te worden, en hij
gooide uit het raam een grote emmer water over Pinokkio heen. Pinokkio was
kletsnat.
Hij ging gauw weer naar binnen. Intussen was hij zo moe geworden, dat hij in
de stoel ging zitten en zonder na te denken zijn voeten in de haard legde.
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Hij ging achterover in de stoel liggen en deed zijn ogen dicht. Maar toen
hoorde hij een geluid. Het leek wel alsof er iemand met de tanden van een
kam langs de rand van de tafel streek. “Wie is daar?” vroeg Pinokkio.
“Ik ben het!” hoorde hij zeggen.
Pinokkio draaide zich om en zag een groot beest, dat langzaam over de muur
kroop. “Ik ben de sprekende krekel,” zei het beest. “Ik woon al meer dan
honderd jaar in deze kamer.”
“Dat kan mij niets schelen,” zei Pinokkio. “De kamer is nu van mij, dus laat
me met rust en maak dat je wegkomt.”
“Ik ga niet weg voordat ik je gewaarschuwd heb,” zei de krekel. “Want van
jongetjes die stout zijn tegen hun vader, komt niets terecht. En vroeg of laat
krijgen ze daar spijt van.”
Maar daar wilde Pinokkio helemaal niet naar luisteren. “Houd je mond, dom-
me krekel, en maak dat je wegkomt.” Maar de krekel zei: “Ik heb medelijden
met je, Pinokkio. Je hebt geen hersens, maar zaagsel in je hoofd. Het zal vast
en zeker slecht met je aflopen.”
Pinokkio werd heel boos. Hij pakte de hamer van Gepetto van de werkbank
en gooide die naar de krekel. Misschien had hij hem niet echt pijn willen
doen, maar de hamer kwam precies op het hoofd van de krekel terecht. Die
viel op de grond en bewoog niet meer.
“Zo, nu houd je tenminste je grote mond,” zei Pinokkio. Hij ging weer in de
stoel zitten en probeerde te slapen.
Maar het zou een verschrikkelijke nacht voor de ondeugende pop worden. Hij
had nog maar net zijn ogen dicht gedaan, toen zijn maag begon te rammelen!
“O, o, ik heb honger,” dacht hij. En hij keek om zich heen of hij ergens iets te
eten zag liggen. Maar hij vond niets. Hij wilde het zoeken net opgeven, toen
hij tussen een stapel houtsplinters een ei zag liggen. Hij raapte het ei op, pakte
een koekenpan, stak het fornuis aan, deed boter in de pan en sloeg het ei op de
rand van de pan kapot. Maar … er kwam een vogeltje uit het ei. Het vogeltje
streek zijn veertjes glad en vloog het raam uit.
Pinokkio liep naar buiten en keek in het vuilnisvat. Jammer genoeg vond hij
ook daarin niets te eten.
Hij belde aan bij de buurman om hem om eten te vragen. Maar die vond het
helemaal niet leuk om midden in de nacht wakker gemaakt te worden, en hij
gooide uit het raam een grote emmer water over Pinokkio heen. Pinokkio was
kletsnat.
Hij ging gauw weer naar binnen. Intussen was hij zo moe geworden, dat hij in
de stoel ging zitten en zonder na te denken zijn voeten in de haard legde.
160
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Страницы
- « первая
- ‹ предыдущая
- …
- 158
- 159
- 160
- 161
- 162
- …
- следующая ›
- последняя »
