ВУЗ:
Составители:
Рубрика:
161
Pinokkio viel in een diepe slaap. Hij merkte niet eens dat zijn voeten in brand
stonden. De volgende ochtend kon hij niet opstaan, omdat hij geen voeten
meer had.
Even later kwam Gepetto thuis. Hij was nog steeds heel boos dat hij die nacht
op het politiebureau had moeten slapen. Maar toen hij Pinokkio zo zonder
voeten over de grond zag kruipen, kreeg hij medelijden met hem. Hij gaf hem
een peer, die hij op weg naar huis had gekocht. Daarna zette hij de pop op de
werkbank en maakte een paar nieuwe voeten.
Later in de ochtend maakte Gepetto kleertjes voor Pinokkio. Een korte broek,
een bloes en een muts.
Pinokkio was zo blij dat hij weer kon lopen en dat hij kleren had, dat hij zijn
armen om de hals van de houtsnijder sloeg en zei: “Het spijt me, vader. Wilt u
me alstublieft helpen? Ik wil zo graag een brave jongen worden.”
Pinokkio en Gepetto bleven een hele tijd zitten, met de armen om elkaar heen.
De houtsnijder voelde zich heel gelukkig. “Als je echt een goede jongen wilt
worden, Pinokkio, moet je braaf naar school gaan en je huiswerk maken,” zei
hij.
“O, vader,” zei Pinokkio. “Dat zal ik doen. Ik beloof het.”
OPDRACHTEN (2)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
de hiel, het veld, de haard, reuze (spreektaal): dat is ~ lekker, dat is een ~ mooi boek,
de zin: het naar zijn z. hebben, in zekere z. heeft hij gelijk, de baas: zijn eigen ~ zijn, de
kam, zich omdraaien, de krekel, het jongetje, terechtkomen: wat is er van hem terecht-
gekomen?, hoe kom jij hier terecht?, de spijt: s. krijgen (van), tot mijn s., spijten: het
spijt me voor hem, de hersens (of: hersenen), het zaagsel, vast en zeker, de hamer, de
werkbank, de splinter (glas~, hout~), de koekenpan, de boter, kapotslaan, het vuilnis-
vat, jammer genoeg, braaf, de tijd: een hele tijd, treden, de fijnproever.
3. Deel de tekst in. Schrijf de sleutelwoorden op. Vertel de tekst met behulp van
uw indeling en de sleutelwoorden na.
4. Maak zinnen met de volgende woorden:
alsof, wat ... ook, het onkruid, gezellig, het hapje, de vakantie, toevallig, zonder ... te ...
, de pijn, de beurt, ophouden, benieuwd, beloven, het idee, oprichten, verschrikkelijk,
schrikken, vanaf, toen, fijn, het werk, zich kleden, of, weigeren, om.
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Pinokkio viel in een diepe slaap. Hij merkte niet eens dat zijn voeten in brand
stonden. De volgende ochtend kon hij niet opstaan, omdat hij geen voeten
meer had.
Even later kwam Gepetto thuis. Hij was nog steeds heel boos dat hij die nacht
op het politiebureau had moeten slapen. Maar toen hij Pinokkio zo zonder
voeten over de grond zag kruipen, kreeg hij medelijden met hem. Hij gaf hem
een peer, die hij op weg naar huis had gekocht. Daarna zette hij de pop op de
werkbank en maakte een paar nieuwe voeten.
Later in de ochtend maakte Gepetto kleertjes voor Pinokkio. Een korte broek,
een bloes en een muts.
Pinokkio was zo blij dat hij weer kon lopen en dat hij kleren had, dat hij zijn
armen om de hals van de houtsnijder sloeg en zei: “Het spijt me, vader. Wilt u
me alstublieft helpen? Ik wil zo graag een brave jongen worden.”
Pinokkio en Gepetto bleven een hele tijd zitten, met de armen om elkaar heen.
De houtsnijder voelde zich heel gelukkig. “Als je echt een goede jongen wilt
worden, Pinokkio, moet je braaf naar school gaan en je huiswerk maken,” zei
hij.
“O, vader,” zei Pinokkio. “Dat zal ik doen. Ik beloof het.”
OPDRACHTEN (2)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
de hiel, het veld, de haard, reuze (spreektaal): dat is ~ lekker, dat is een ~ mooi boek,
de zin: het naar zijn z. hebben, in zekere z. heeft hij gelijk, de baas: zijn eigen ~ zijn, de
kam, zich omdraaien, de krekel, het jongetje, terechtkomen: wat is er van hem terecht-
gekomen?, hoe kom jij hier terecht?, de spijt: s. krijgen (van), tot mijn s., spijten: het
spijt me voor hem, de hersens (of: hersenen), het zaagsel, vast en zeker, de hamer, de
werkbank, de splinter (glas~, hout~), de koekenpan, de boter, kapotslaan, het vuilnis-
vat, jammer genoeg, braaf, de tijd: een hele tijd, treden, de fijnproever.
3. Deel de tekst in. Schrijf de sleutelwoorden op. Vertel de tekst met behulp van
uw indeling en de sleutelwoorden na.
4. Maak zinnen met de volgende woorden:
alsof, wat ... ook, het onkruid, gezellig, het hapje, de vakantie, toevallig, zonder ... te ...
, de pijn, de beurt, ophouden, benieuwd, beloven, het idee, oprichten, verschrikkelijk,
schrikken, vanaf, toen, fijn, het werk, zich kleden, of, weigeren, om.
161
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Страницы
- « первая
- ‹ предыдущая
- …
- 159
- 160
- 161
- 162
- 163
- …
- следующая ›
- последняя »
