ВУЗ:
Составители:
Рубрика:
164
OPDRACHTEN (1)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
het taalboek, roestig, de zucht: met een diepe ~, overmorgen, rekenen (iets; op; met):
ik reken erop, we rekenen ook met concurrenten, rekening houden (met), geleerd, de
trommel, de stuiver, het toneel, Harlekijn, Jan Klaassen, het publik, omhelzen, muis-
stil, de reus, vreten, de baard, gloeien, de zweep, bulderen, het blok, het vlees, gedaan
zijn (met), in plaats van (te zwijgen...), stel je in mijn plaats, van plaats ruilen/verwis-
selen, in de steek laten, het misverstand.
3. Deel de tekst in. Schrijf de sleutelwoorden op. Vertel de tekst met behulp van
uw indeling en de sleutelwoorden na.
4. Maak zinnen met de volgende woorden:
omdat, verrassen, op touw zetten, gekleed, de visite, veroordelen, blij, bellen, favoriet,
de/het keer, klinken, steeds, missen, de aangifte, vast, hard, lusten, hoeven, ophalen,
zorgen, spetteren, als, namelijk, de hand, klaar, uitsteken, smaken, leuk.
5. Vertaal in het Nederlands:
1. Без твоей помощи мы ничего не сделаем. Мы на тебя рассчитываем. Смотри
(maar), не подведи нас. 2. Последний раз я видела её года два назад. Инте-
ресно, где она и как она там (terechtkomen). 3. У меня мало времени (druk), а
мне ещё надо в библиотеку, чтобы поменять (ruilen) книги. 4. Это просто
недоразумение. Если вы хотите, мы можем поменяться местами. 5. Поставьте
себя на моё место. Что бы делали Вы? 6. Трудно найти своё место в жизни,
особенно, когда тебе семнадцать. 7. Вместо того, чтобы работать, он лениво
сидел в кресле (de luie leunstoel) и смотрел телевизор. 8. Я хотел бы побла-
годарить вас за вашу помощь. 9. Она чихает и кашляет. И у неё температура.
Похоже на то, что у неё грипп. – Пусть примет таблетку аспирина. Я вызову
(bellen) врача.
6. Conversatie:
1. U wilt met een vriend(in) naar het theater. U hebt al twee goede plaatsen gekregen.
Maar uw vriend(in) voelt zich niet lekker. Wat doet u?
2. U koopt een doosje eieren. Als u thuiskomt, blijken alle eieren kapot te zijn. Wat
doet u?
7. Video: “Pinokkio”, deel 1 “De geboorte van Pinokkio”.
Kijk naar de video en antwoord op de vragen van uw docent.
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
OPDRACHTEN (1)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
het taalboek, roestig, de zucht: met een diepe ~, overmorgen, rekenen (iets; op; met):
ik reken erop, we rekenen ook met concurrenten, rekening houden (met), geleerd, de
trommel, de stuiver, het toneel, Harlekijn, Jan Klaassen, het publik, omhelzen, muis-
stil, de reus, vreten, de baard, gloeien, de zweep, bulderen, het blok, het vlees, gedaan
zijn (met), in plaats van (te zwijgen...), stel je in mijn plaats, van plaats ruilen/verwis-
selen, in de steek laten, het misverstand.
3. Deel de tekst in. Schrijf de sleutelwoorden op. Vertel de tekst met behulp van
uw indeling en de sleutelwoorden na.
4. Maak zinnen met de volgende woorden:
omdat, verrassen, op touw zetten, gekleed, de visite, veroordelen, blij, bellen, favoriet,
de/het keer, klinken, steeds, missen, de aangifte, vast, hard, lusten, hoeven, ophalen,
zorgen, spetteren, als, namelijk, de hand, klaar, uitsteken, smaken, leuk.
5. Vertaal in het Nederlands:
1. Без твоей помощи мы ничего не сделаем. Мы на тебя рассчитываем. Смотри
(maar), не подведи нас. 2. Последний раз я видела её года два назад. Инте-
ресно, где она и как она там (terechtkomen). 3. У меня мало времени (druk), а
мне ещё надо в библиотеку, чтобы поменять (ruilen) книги. 4. Это просто
недоразумение. Если вы хотите, мы можем поменяться местами. 5. Поставьте
себя на моё место. Что бы делали Вы? 6. Трудно найти своё место в жизни,
особенно, когда тебе семнадцать. 7. Вместо того, чтобы работать, он лениво
сидел в кресле (de luie leunstoel) и смотрел телевизор. 8. Я хотел бы побла-
годарить вас за вашу помощь. 9. Она чихает и кашляет. И у неё температура.
Похоже на то, что у неё грипп. – Пусть примет таблетку аспирина. Я вызову
(bellen) врача.
6. Conversatie:
1. U wilt met een vriend(in) naar het theater. U hebt al twee goede plaatsen gekregen.
Maar uw vriend(in) voelt zich niet lekker. Wat doet u?
2. U koopt een doosje eieren. Als u thuiskomt, blijken alle eieren kapot te zijn. Wat
doet u?
7. Video: “Pinokkio”, deel 1 “De geboorte van Pinokkio”.
Kijk naar de video en antwoord op de vragen van uw docent.
164
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Страницы
- « первая
- ‹ предыдущая
- …
- 162
- 163
- 164
- 165
- 166
- …
- следующая ›
- последняя »
