Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 84 стр.

UptoLike

Составители: 

84
как найти эту улицу. 7. Его велосипед исчез (weg zijn, kwijt zijn). Он сообщает
о пропаже. 8. Об этом я сама позабочусь. Предоставь это мне. 9. За помощь
он получил от полиции вознаграждение. 10. Может быть немного
отдохнём?” предложил он. 11. Он, наверное, спит. 12. Наверное, она меня
не так (verkeerd) поняла.
8. Conversatie:
1. Je komt aan in een vreemd land en merkt dat je je koffer kwijt bent. Wat doe je?
2. Je loopt op straat. Plotseling komt er een jongetje naar je toe en vraagt of je een
ijsje voor hem wilt kopen. Wat doe je?
3. Je bent in een vreemd land. Een politieagent vraagt je iets in een taal die je niet
begrijpt. Wat doe je?
46. DE FAMILIE MUIS GAAT WANDELEN
Op een zondagmiddag stond de familie Muis in zondagse kleren klaar voor de
zondagwandeling. Net toen ze wilden gaan, kwamen ze tot de ontdekking, dat
de sleutel van de voordeur weg was.
Jij hebt hem het laatst gebruikt! piepte pa Muis. Jij moet toch weten waar
je hem neergelegd hebt!”
Aan de spijker waar hij altijd hangt! piepte ma Muis snibbig. “Waar zou ik
hem anders hebben moeten laten?”
U hebt hem zeker in het sleutelgat laten zitten, piepte zoonlief Muis.
En ja hoor, daar was de sleutel!
1. Woordenlijst:
wandelen (идти) гулять; de zondag воскресенье; de middag полдень,
послеобеденное время; zondags воскресный, выходной, праздничный; de
wandeling прогулка; de ontdekking открытие, tot de ~ komen обнаружить;
piepen пищать; de sleutel ключ; de voordeur входная дверь; neer/leggen
положить; de spijker гвоздь; snibbig ехидный; de zoonlief сыночек, чадо.
2. Stel 6 а 7 vragen over de tekst en antwoord erop.
3. Conversatie:
1. Kan je je sleutel soms ook niet vinden? Leg uit.
2. Je komt midden in de nacht thuis en je kunt je sleutel niet vinden. Wat doe je?
3. Geef je een reservesleutel van je woning aan je buren? Waarom wel of waarom
niet?
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      как найти эту улицу. 7. Его велосипед исчез (weg zijn, kwijt zijn). Он сообщает
                      о пропаже. 8. Об этом я сама позабочусь. Предоставь это мне. 9. За помощь
                      он получил от полиции вознаграждение. 10. “Может быть немного
                      отдохнём?” – предложил он. 11. Он, наверное, спит. 12. Наверное, она меня
                      не так (verkeerd) поняла.

                      8. Conversatie:
                      1. Je komt aan in een vreemd land en merkt dat je je koffer kwijt bent. Wat doe je?
                      2. Je loopt op straat. Plotseling komt er een jongetje naar je toe en vraagt of je een
                      ijsje voor hem wilt kopen. Wat doe je?
                      3. Je bent in een vreemd land. Een politieagent vraagt je iets in een taal die je niet
                      begrijpt. Wat doe je?

                                  46. DE FAMILIE MUIS GAAT WANDELEN

                      Op een zondagmiddag stond de familie Muis in zondagse kleren klaar voor de
                      zondagwandeling. Net toen ze wilden gaan, kwamen ze tot de ontdekking, dat
                      de sleutel van de voordeur weg was.
                      “Jij hebt hem het laatst gebruikt!” piepte pa Muis. “Jij moet toch weten waar
                      je hem neergelegd hebt!”
                      “Aan de spijker waar hij altijd hangt!” piepte ma Muis snibbig. “Waar zou ik
                      hem anders hebben moeten laten?”
                      “U hebt hem zeker in het sleutelgat laten zitten,” piepte zoonlief Muis.
                      En ja hoor, daar was de sleutel!

                      1. Woordenlijst:
                      wandelen – (идти) гулять; de zondag – воскресенье; de middag – полдень,
                      послеобеденное время; zondags – воскресный, выходной, праздничный; de
                      wandeling – прогулка; de ontdekking – открытие, tot de ~ komen – обнаружить;
                      piepen – пищать; de sleutel – ключ; de voordeur – входная дверь; neer/leggen –
                      положить; de spijker – гвоздь; snibbig – ехидный; de zoonlief – сыночек, чадо.

                      2. Stel 6 а 7 vragen over de tekst en antwoord erop.

                      3. Conversatie:
                      1. Kan je je sleutel soms ook niet vinden? Leg uit.
                      2. Je komt midden in de nacht thuis en je kunt je sleutel niet vinden. Wat doe je?
                      3. Geef je een reservesleutel van je woning aan je buren? Waarom wel of waarom
                      niet?




                                                                                                           84




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com