ВУЗ:
Составители:
Рубрика:
110
hebben bijna geen eten meer in huis.”
“En we hebben ook niet genoeg geld om eten te kopen,” zei de vrouw. “Maar
de kinderen zijn jong en sterk, dus moeten ze van nu af aan maar voor zichzelf
zorgen. We nemen ze morgen mee naar het bos en laten ze daar achter!”
“Maar… we kunnen de kinderen toch niet zomaar in het bos achterlaten,” zei
de houthakker wanhopig. “Dan worden ze vast en zeker door de wilde dieren
opgegeten.”
“Maar je kunt ze niet eens te eten geven,” zei de vrouw boos. “Er zit dus niets
anders op.”
De houthakker zei dat hij er niets van wilde weten. Maar zijn vrouw werd
steeds bozer, zу boos dat de houthakker maar niets meer zei. En tenslotte gaf
hij toe.
Intussen waren Hans en Grietje wakker geworden door de ruzie. En ze had-
den ook gehoord wat hun stiefmoeder van plan was. Grietje begon te huilen,
maar Hans fluisterde: “Huil maar niet, Grietje. Ik vind de weg naar huis wel
terug.”
Diep in de nacht, toen iedereen sliep, sloop Hans de trap af. Hij deed de keu-
kendeur open en ging de tuin in. Daar lagen honderden witte kiezelsteentjes te
schitteren in het maanlicht. Hans stopte zijn zakken vol met steentjes, sloop
naar boven en kroop weer in bed.
De volgende morgen werden Hans en Grietje door hun stiefmoeder wakker
gemaakt. “Kom, we gaan naar het bos,” zei ze. “Jullie mogen daar spelen
terwijl ik vader help met hout hakken. We maken er een gezellige dag van.”
Hans en Grietje zeiden niets. Een half uur later liepen ze achter hun ouders
aan het donkere bos in. Hans liep helemaal achteraan.
“Waarom treuzel je toch zo,” riep zijn stiefmoeder. “Loop toch door!”
“Ja, ja,” zei Hans, maar hij bleef achteraan lopen en telkens liet hij een wit
kiezelsteentje op de grond vallen.
Na een poos bleven de houthakker en zijn vrouw staan.
“Arme kinderen, jullie zullen wel moe zijn,” zei de stiefmoeder. “Ga maar
lekker in het gras zitten en rust wat uit. Hier zijn een paar boterhammen.
Straks komen we jullie wel halen!”
De kinderen aten hun boterhammen op en gingen daarna spelen. Tenslotte
vielen ze onder een boom in slaap. Toen ze wakker werden, was het al bijna
donker en ze waren nog steeds alleen.“We vinden de weg naar huis nooit
terug,” snikte Grietje. “Wat moeten we doen?”
Maar Hans lachte en wees naar de kiezelsteentjes die hij steeds op de grond
had laten vallen.
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
hebben bijna geen eten meer in huis.”
“En we hebben ook niet genoeg geld om eten te kopen,” zei de vrouw. “Maar
de kinderen zijn jong en sterk, dus moeten ze van nu af aan maar voor zichzelf
zorgen. We nemen ze morgen mee naar het bos en laten ze daar achter!”
“Maar… we kunnen de kinderen toch niet zomaar in het bos achterlaten,” zei
de houthakker wanhopig. “Dan worden ze vast en zeker door de wilde dieren
opgegeten.”
“Maar je kunt ze niet eens te eten geven,” zei de vrouw boos. “Er zit dus niets
anders op.”
De houthakker zei dat hij er niets van wilde weten. Maar zijn vrouw werd
steeds bozer, zу boos dat de houthakker maar niets meer zei. En tenslotte gaf
hij toe.
Intussen waren Hans en Grietje wakker geworden door de ruzie. En ze had-
den ook gehoord wat hun stiefmoeder van plan was. Grietje begon te huilen,
maar Hans fluisterde: “Huil maar niet, Grietje. Ik vind de weg naar huis wel
terug.”
Diep in de nacht, toen iedereen sliep, sloop Hans de trap af. Hij deed de keu-
kendeur open en ging de tuin in. Daar lagen honderden witte kiezelsteentjes te
schitteren in het maanlicht. Hans stopte zijn zakken vol met steentjes, sloop
naar boven en kroop weer in bed.
De volgende morgen werden Hans en Grietje door hun stiefmoeder wakker
gemaakt. “Kom, we gaan naar het bos,” zei ze. “Jullie mogen daar spelen
terwijl ik vader help met hout hakken. We maken er een gezellige dag van.”
Hans en Grietje zeiden niets. Een half uur later liepen ze achter hun ouders
aan het donkere bos in. Hans liep helemaal achteraan.
“Waarom treuzel je toch zo,” riep zijn stiefmoeder. “Loop toch door!”
“Ja, ja,” zei Hans, maar hij bleef achteraan lopen en telkens liet hij een wit
kiezelsteentje op de grond vallen.
Na een poos bleven de houthakker en zijn vrouw staan.
“Arme kinderen, jullie zullen wel moe zijn,” zei de stiefmoeder. “Ga maar
lekker in het gras zitten en rust wat uit. Hier zijn een paar boterhammen.
Straks komen we jullie wel halen!”
De kinderen aten hun boterhammen op en gingen daarna spelen. Tenslotte
vielen ze onder een boom in slaap. Toen ze wakker werden, was het al bijna
donker en ze waren nog steeds alleen.“We vinden de weg naar huis nooit
terug,” snikte Grietje. “Wat moeten we doen?”
Maar Hans lachte en wees naar de kiezelsteentjes die hij steeds op de grond
had laten vallen.
110
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Страницы
- « первая
- ‹ предыдущая
- …
- 108
- 109
- 110
- 111
- 112
- …
- следующая ›
- последняя »
