ВУЗ:
Составители:
Рубрика:
111
Hans gaf Grietje een hand en zo liepen ze samen langs het spoor van kiezels-
teentjes naar huis. Ze klopten aan en hun vader kwam naar buiten. Wat was de
houthakker blij dat hij zijn kinderen terugzag!
Maar de stiefmoeder keek boos en stuurde Hans en Grietje meteen naar bed.
“Kijk maar niet zo blij,” zei ze tegen haar man. “Want morgen brengen we de
kinderen zo ver het bos in, dat ze de weg naar huis nooit meer terugvinden!”
Hans en Grietje, die natuurlijk wakker waren gebleven, hoorden wat hun boze
stiefmoeder zei. En toen iedereen sliep, ging Hans naar beneden om steentjes
uit de tuin te gaan halen. Maar wat was dat? De keukendeur zat op slot. Arme
Hans! Hij kroop weer in bed en probeerde iets anders te verzinnen.
“Hans en Grietje, opstaan!” riep hun stiefmoeder de volgende morgen. “We
gaan weer naar het bos. En Hans mag de boterhammen dragen.”
Hans ging weer achteraan lopen. En die keer liet hij telkens een stukje brood
op de grond vallen.
“Loop toch een beetje door, Hans,” riep zijn stiefmoeder. Toen ze ver in het
bos waren, zei de stiefmoeder: “Eten jullie je boterhammen maar op. Wij
gaan intussen houthakken.”
OPDRACHTEN (1)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
de houthakker, hakken, sterven, nu: van nu af aan, achterlaten, wanhopig, zitten: er zit
dus niets anders op, toegeven, de stiefmoeder, de kiezelsteen, schitteren, de maan,
kruipen, achter/aan, treuzelen, telkens, de boterham, aankloppen, aanbellen, terugz-
ien, zitten: op slot ~, proberen, verzinnen.
3. Vertaal in het Russisch:
1. Jullie zullen wel moe zijn. 2. Hij zal wel thuis zijn. 3. Hij zal dat hebben geweten.
4. Ze zullen wel in het bos verdwaald zijn. 5. We maken er een gezellige dag van.
4. Bijzinnen van toegeving. Let op de woordvolgorde in de hoofd- en bijzinnen:
1. Maar hoe hij ook zijn best deed, hij verdiende bijna nooit genoeg om voor zijn
vrouw en kinderen eten te kunnen kopen. 2. Al kom je midden in de nacht, je bent
altijd welkom. 3. Of je ook roept en schreeuwt, ik doe toch niet open. 4. Wie je ook
vraagt, niemand weet het. 5.Wanneer je ook aanbelt, altijd ben je welkom. 6. Hoe-
wel hij moe was, werkte hij door.
5. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Hans gaf Grietje een hand en zo liepen ze samen langs het spoor van kiezels-
teentjes naar huis. Ze klopten aan en hun vader kwam naar buiten. Wat was de
houthakker blij dat hij zijn kinderen terugzag!
Maar de stiefmoeder keek boos en stuurde Hans en Grietje meteen naar bed.
“Kijk maar niet zo blij,” zei ze tegen haar man. “Want morgen brengen we de
kinderen zo ver het bos in, dat ze de weg naar huis nooit meer terugvinden!”
Hans en Grietje, die natuurlijk wakker waren gebleven, hoorden wat hun boze
stiefmoeder zei. En toen iedereen sliep, ging Hans naar beneden om steentjes
uit de tuin te gaan halen. Maar wat was dat? De keukendeur zat op slot. Arme
Hans! Hij kroop weer in bed en probeerde iets anders te verzinnen.
“Hans en Grietje, opstaan!” riep hun stiefmoeder de volgende morgen. “We
gaan weer naar het bos. En Hans mag de boterhammen dragen.”
Hans ging weer achteraan lopen. En die keer liet hij telkens een stukje brood
op de grond vallen.
“Loop toch een beetje door, Hans,” riep zijn stiefmoeder. Toen ze ver in het
bos waren, zei de stiefmoeder: “Eten jullie je boterhammen maar op. Wij
gaan intussen houthakken.”
OPDRACHTEN (1)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
de houthakker, hakken, sterven, nu: van nu af aan, achterlaten, wanhopig, zitten: er zit
dus niets anders op, toegeven, de stiefmoeder, de kiezelsteen, schitteren, de maan,
kruipen, achter/aan, treuzelen, telkens, de boterham, aankloppen, aanbellen, terugz-
ien, zitten: op slot ~, proberen, verzinnen.
3. Vertaal in het Russisch:
1. Jullie zullen wel moe zijn. 2. Hij zal wel thuis zijn. 3. Hij zal dat hebben geweten.
4. Ze zullen wel in het bos verdwaald zijn. 5. We maken er een gezellige dag van.
4. Bijzinnen van toegeving. Let op de woordvolgorde in de hoofd- en bijzinnen:
1. Maar hoe hij ook zijn best deed, hij verdiende bijna nooit genoeg om voor zijn
vrouw en kinderen eten te kunnen kopen. 2. Al kom je midden in de nacht, je bent
altijd welkom. 3. Of je ook roept en schreeuwt, ik doe toch niet open. 4. Wie je ook
vraagt, niemand weet het. 5.Wanneer je ook aanbelt, altijd ben je welkom. 6. Hoe-
wel hij moe was, werkte hij door.
5. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.
111
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Страницы
- « первая
- ‹ предыдущая
- …
- 109
- 110
- 111
- 112
- 113
- …
- следующая ›
- последняя »
