Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 113 стр.

UptoLike

Составители: 

113
Hans en Grietje gingen mee naar binnen en vertelden de vrouw dat ze verd-
waald waren.
Ach, arme kinderen, zei de oude vrouw en begon gauw beslag te maken.
Even later stonden er twee heerlijke pannenkoeken op tafel.
“Wat was dat lekker, zei Hans, toen hij zijn pannenkoek op had. “Zal ik de
afwas voor u doen?”
Nee, dat hoeft niet, zei de oude vrouw. Maar misschien wil je zo vrien-
delijk zijn om die kooi daar voor me uit te vegen?”
Hans kroop met een stoffer en blik in de kooi. Maar ineens sloeg de deur van
de kooi met een klap achter hem dicht. De oude vrouw klapte in haar handen
van plezier. Ik heb je te pakken! riep ze. Ik ben een heks, hб, hб, hб. Ik ga
je vetmesten, jongetje. En als je dik genoeg bent, eet ik je op. Hi, hi, hi!”
Grietje werd niet opgesloten, maar ze moest heel hard werken voor de heks.
Ze moest iedere dag de vloeren vegen en dweilen en ander werk doen.
Elke dag liep de heks naar de kooi en zei tegen Hans: Steek eens een vinger
door de tralies, jongetje. Dan pakte de heks zijn vinger vast en voelde of die al
dikker werd. De heks kan zeker niet goed zien, dacht Grietje. En toen de heks
even niet keek, sloop ze naar de kooi en fluisterde Hans gauw iets in zijn oor.
De volgende dag liep de heks weer naar de kooi om de vinger van Hans te
voelen. Maar in plaats van zijn vinger stak Hans een kippenbotje door de
tralies.
Te dun, nog veel te dun, riep de heks. Je bent veel te mager om je op te
eten. Ik denk dat ik maar soep van je ga koken!”
De heks zei tegen Grietje: “Zet een grote pan water op het fornuis, want ik ga
soep koken van je broertje. Stook het vuur maar goed op.”
Het fornuis brandt, mevrouw, zei Grietje even later. Maar ik weet niet of
er genoeg hout in zit.”
Dom kind! schreeuwde de heks. Ga uit de weg. Ik zal het zelf wel doen.”
De heks liep naar het fornuis en bukte zich om naar het vuur te kijken. Op dat
ogenblik gaf Grietje de heks een heel harde duw, zodat ze voorover in het
fornuis viel. Grietje sloeg de deur van het fornuis met een klap dicht en rende
naar de kooi om Hans te bevrijden.
“Laten we heel gauw maken dat we hier wegkomen, zei ze.
“Wacht eens even, zei Hans. “We gaan niet met lege handen naar huis.”
En Hans en Grietje maakten van het chocoladedak van het huisje een slee en
die laadden ze vol met peperkoek en suikergoed. Ze trokken de slee door het
bos en gelukkig vonden ze na een poosje de weg naar hun huis. Toen ze daar
aankwamen, zagen ze hun vader naar buiten komen. Zijn vrouw was bij hem
weggelopen en hij miste zijn kinderenXE «rennen (rende- gerend) - мчаться».
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      Hans en Grietje gingen mee naar binnen en vertelden de vrouw dat ze verd-
                      waald waren.
                      “Ach, arme kinderen,” zei de oude vrouw en begon gauw beslag te maken.
                      Even later stonden er twee heerlijke pannenkoeken op tafel.
                      “Wat was dat lekker,” zei Hans, toen hij zijn pannenkoek op had. “Zal ik de
                      afwas voor u doen?”
                      “Nee, dat hoeft niet,” zei de oude vrouw. “Maar misschien wil je zo vrien-
                      delijk zijn om die kooi daar voor me uit te vegen?”
                      Hans kroop met een stoffer en blik in de kooi. Maar ineens sloeg de deur van
                      de kooi met een klap achter hem dicht. De oude vrouw klapte in haar handen
                      van plezier. “Ik heb je te pakken!” riep ze. “Ik ben een heks, hб, hб, hб. Ik ga
                      je vetmesten, jongetje. En als je dik genoeg bent, eet ik je op. Hi, hi, hi!”
                      Grietje werd niet opgesloten, maar ze moest heel hard werken voor de heks.
                      Ze moest iedere dag de vloeren vegen en dweilen en ander werk doen.
                      Elke dag liep de heks naar de kooi en zei tegen Hans: “Steek eens een vinger
                      door de tralies, jongetje.” Dan pakte de heks zijn vinger vast en voelde of die al
                      dikker werd. “De heks kan zeker niet goed zien,” dacht Grietje. En toen de heks
                      even niet keek, sloop ze naar de kooi en fluisterde Hans gauw iets in zijn oor.
                      De volgende dag liep de heks weer naar de kooi om de vinger van Hans te
                      voelen. Maar in plaats van zijn vinger stak Hans een kippenbotje door de
                      tralies.
                      “Te dun, nog veel te dun,” riep de heks. “Je bent veel te mager om je op te
                      eten. Ik denk dat ik maar soep van je ga koken!”
                      De heks zei tegen Grietje: “Zet een grote pan water op het fornuis, want ik ga
                      soep koken van je broertje. Stook het vuur maar goed op.”
                      “Het fornuis brandt, mevrouw,” zei Grietje even later. “Maar ik weet niet of
                      er genoeg hout in zit.”
                      “Dom kind!” schreeuwde de heks. “Ga uit de weg. Ik zal het zelf wel doen.”
                      De heks liep naar het fornuis en bukte zich om naar het vuur te kijken. Op dat
                      ogenblik gaf Grietje de heks een heel harde duw, zodat ze voorover in het
                      fornuis viel. Grietje sloeg de deur van het fornuis met een klap dicht en rende
                      naar de kooi om Hans te bevrijden.
                      “Laten we heel gauw maken dat we hier wegkomen,” zei ze.
                      “Wacht eens even,” zei Hans. “We gaan niet met lege handen naar huis.”
                      En Hans en Grietje maakten van het chocoladedak van het huisje een slee en
                      die laadden ze vol met peperkoek en suikergoed. Ze trokken de slee door het
                      bos en gelukkig vonden ze na een poosje de weg naar hun huis. Toen ze daar
                      aankwamen, zagen ze hun vader naar buiten komen. Zijn vrouw was bij hem
                      weggelopen en hij miste zijn kinderenXE «rennen (rende- gerend) - мчаться».
                                                                                                   113




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com