ВУЗ:
Составители:
Рубрика:
114
En daar zag hij ineens Hans en Grietje aankomen. Hij rende hen tegemoet en
alle drie huilden ze van blijdschap.
De volgende dag stonden ze vroeg op en met zijn drieлn trokken ze de slee
naar de stad. Daar verkochten ze al het lekkers: de peperkoek, het suiker-
goed en de chocolade. En toen alles was verkocht, hadden ze zoveel geld
dat ze voor een hele tijd te eten hadden.
OPDRACHTEN (2)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
de loop: in de loop van de nacht, vriezen, de rijp, de schuld: dat is mijn ~ (niet), de
open plek, bijzonder, de peperkoek, het suikergoed, de chocola(de); ontzettend, af-
breken, knabbelen, snoepen, de pannenkoek, het beslag, op hebben, de kooi, uitvegen,
de stoffer, het blik, de klap, pakken: ik heb je te ~, vetmesten, opsluiten, de tralie, het
bot, dun, mager, de pan, het fornuis, het vuur, opstoken, branden, zich bukken, de
duw, voorover, tegemoet, de slee, opvegen, de scherf, zout, het zout.
3. Vertaal in het Russisch:
1. Wat heb je op het pad laten vallen? 2. Plotseling hoorden ze iemand in het huisje
zeggen: “Wie knabbelt aan mijn huisje?” 3. Ze zagen hun vader naar buiten komen.
4. Ze kropen dicht tegen elkaar aan. 5. Laten we heel gauw maken dat we hier weg-
komen. 6. Ik heb je te pakken.
4. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.
5. Vat de tekst schriftelijk samen en vertel de tekst na.
6. Vertaal in het Nederlands:
1. Он говорит, что случайно уронил твои очки. 2. Мы видели, как он поехал
на красный свет. 3. Я вижу, как он подметает (opvegen) листья в саду.
4.
Может мне убрать со стола и помыть посуду? 5. Мне холодно. Я бы выпила
чашечку горячего чая. 6. Она берёт веник и совок и подметает осколки стекла
(de glasscherven). 7. Сегодня мы попробуем испечь блины. 8. Я ужасно
проголодалась. У тебя есть что-нибудь поесть? 9. Хотя это и не наша вина,
мы должны что-то сделать. 10. Даже если ты опоздаешь, я буду ждать тебя.
11. Что бы ни случилось, мы тебе поможем.
7. Conversatie:
1. Houdt u meer van zoet of van zuur en zout? Leg uit.
2. Wat doet u liever: schoonmaken of in de tuin werken? Waarom?
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
En daar zag hij ineens Hans en Grietje aankomen. Hij rende hen tegemoet en
alle drie huilden ze van blijdschap.
De volgende dag stonden ze vroeg op en met zijn drieлn trokken ze de slee
naar de stad. Daar verkochten ze al het lekkers: de peperkoek, het suiker-
goed en de chocolade. En toen alles was verkocht, hadden ze zoveel geld
dat ze voor een hele tijd te eten hadden.
OPDRACHTEN (2)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
de loop: in de loop van de nacht, vriezen, de rijp, de schuld: dat is mijn ~ (niet), de
open plek, bijzonder, de peperkoek, het suikergoed, de chocola(de); ontzettend, af-
breken, knabbelen, snoepen, de pannenkoek, het beslag, op hebben, de kooi, uitvegen,
de stoffer, het blik, de klap, pakken: ik heb je te ~, vetmesten, opsluiten, de tralie, het
bot, dun, mager, de pan, het fornuis, het vuur, opstoken, branden, zich bukken, de
duw, voorover, tegemoet, de slee, opvegen, de scherf, zout, het zout.
3. Vertaal in het Russisch:
1. Wat heb je op het pad laten vallen? 2. Plotseling hoorden ze iemand in het huisje
zeggen: “Wie knabbelt aan mijn huisje?” 3. Ze zagen hun vader naar buiten komen.
4. Ze kropen dicht tegen elkaar aan. 5. Laten we heel gauw maken dat we hier weg-
komen. 6. Ik heb je te pakken.
4. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.
5. Vat de tekst schriftelijk samen en vertel de tekst na.
6. Vertaal in het Nederlands:
1. Он говорит, что случайно уронил твои очки. 2. Мы видели, как он поехал
на красный свет. 3. Я вижу, как он подметает (opvegen) листья в саду.
4. Может мне убрать со стола и помыть посуду? 5. Мне холодно. Я бы выпила
чашечку горячего чая. 6. Она берёт веник и совок и подметает осколки стекла
(de glasscherven). 7. Сегодня мы попробуем испечь блины. 8. Я ужасно
проголодалась. У тебя есть что-нибудь поесть? 9. Хотя это и не наша вина,
мы должны что-то сделать. 10. Даже если ты опоздаешь, я буду ждать тебя.
11. Что бы ни случилось, мы тебе поможем.
7. Conversatie:
1. Houdt u meer van zoet of van zuur en zout? Leg uit.
2. Wat doet u liever: schoonmaken of in de tuin werken? Waarom?
114
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
Страницы
- « первая
- ‹ предыдущая
- …
- 112
- 113
- 114
- 115
- 116
- …
- следующая ›
- последняя »
