Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 126 стр.

UptoLike

Составители: 

126
raam naar buiten zweefde.
Dank je wel, lieve nachtegaal, snikte de keizer. Opnieuw biggelden er grote
tranen over zijn wangen.
Gaat u nu maar slapen. Ik zal voor u zingen, dan zult u vast weer gauw beter
worden.”
De keizer viel in een diepe slaap. Toen hij de volgende ochtend wakker werd,
voelde hij zich een stuk beter. De nachtegaal zat nog steeds op de tak te zingen.
“Wil je niet bij me blijven in het paleis? vroeg de keizer.
Nee, dank u wel, zei de kleine nachtegaal. Ik woon liever in het bos. Maar
ik zal iedere dag komen om voor u te zingen. Hij vloog weg en de keizer
keek hem na.
OPDRACHTEN (3)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
fluiten, de klokkenmaker, laten komen, de pin, de rol, verslijten, voorbijgaan, verdrietig
zijn (om), fel, vermoeid, benauwd, de borst, de kroon, het zwaard, de vlag, de plooi, het
gezicht, de geest, de daad, spoedig, de trom, tenminste, kil, lieflijk, het gezang, troosten,
de sabel, de roos, het heimwee, het kerkhof, zweven, beter: weer ~ worden.
3. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.
4. Vat de tekst schriftelijk samen en vertel hem na.
5. Vertaal in het Nederlands:
1. Мария заболела. Она бледная, лежит в постели и не двигается. У неё тем-
пература. 2. Ему стало плохо (дурно, benauwd). 3. От этого ему стало грустно
(verdrietig, van). 4. Из-за этого ему было грустно (verdrietig, om). 5. Он не
решался посмотреть на неё. 6. Я думаю, что он сам может рассказать о своих
хороших и плохих поступках. 7. Прими лекарство, и тебе скоро станет лучше.
8. Часы не заведены. 9. Почему он так взволнован? 10. Она очень скучает
по дому.
6. Conversatie:
1. Een vriend van u ligt in het ziekenhuis. U gaat bij hem op bezoek. Neemt u iets voor
hem mee? Waarom wel of waarom niet?
2. U bent op bezoek bij een goede kennis. U voelt zich ineens niet lekker. Wat zegt u?
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      raam naar buiten zweefde.
                      “Dank je wel, lieve nachtegaal,” snikte de keizer. Opnieuw biggelden er grote
                      tranen over zijn wangen.
                      “Gaat u nu maar slapen. Ik zal voor u zingen, dan zult u vast weer gauw beter
                      worden.”
                      De keizer viel in een diepe slaap. Toen hij de volgende ochtend wakker werd,
                      voelde hij zich een stuk beter. De nachtegaal zat nog steeds op de tak te zingen.
                      “Wil je niet bij me blijven in het paleis?” vroeg de keizer.
                      “Nee, dank u wel,” zei de kleine nachtegaal. “Ik woon liever in het bos. Maar
                      ik zal iedere dag komen om voor u te zingen.” Hij vloog weg en de keizer
                      keek hem na.


                      OPDRACHTEN (3)

                      1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.

                      2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
                      uw woordenboek op:
                      fluiten, de klokkenmaker, laten komen, de pin, de rol, verslijten, voorbijgaan, verdrietig
                      zijn (om), fel, vermoeid, benauwd, de borst, de kroon, het zwaard, de vlag, de plooi, het
                      gezicht, de geest, de daad, spoedig, de trom, tenminste, kil, lieflijk, het gezang, troosten,
                      de sabel, de roos, het heimwee, het kerkhof, zweven, beter: weer ~ worden.

                      3. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.

                      4. Vat de tekst schriftelijk samen en vertel hem na.

                      5. Vertaal in het Nederlands:
                      1. Мария заболела. Она бледная, лежит в постели и не двигается. У неё тем-
                      пература. 2. Ему стало плохо (дурно, benauwd). 3. От этого ему стало грустно
                      (verdrietig, van). 4. Из-за этого ему было грустно (verdrietig, om). 5. Он не
                      решался посмотреть на неё. 6. Я думаю, что он сам может рассказать о своих
                      хороших и плохих поступках. 7. Прими лекарство, и тебе скоро станет лучше.
                      8. Часы не заведены. 9. Почему он так взволнован? 10. Она очень скучает
                      по дому.

                      6. Conversatie:
                      1. Een vriend van u ligt in het ziekenhuis. U gaat bij hem op bezoek. Neemt u iets voor
                      hem mee? Waarom wel of waarom niet?
                      2. U bent op bezoek bij een goede kennis. U voelt zich ineens niet lekker. Wat zegt u?

                                                                                                             126




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com