Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 128 стр.

UptoLike

Составители: 

128
kunnen vanmiddag vertrekken. Daar heb je het al, dacht de Waterrat.
Pad, zei hij, je moet het me maar niet kwalijk nemen. Maar heb ik het goed
verstaan dat je zei dat we vanmiddag vertrekken?”
Je hebt het goed verstaan, beste kerel, antwoorde de Pad. Ik voel er niets
voor om alleen op reis te gaan. Jullie mogen met me mee. Nee! Nee! Zeg
verder maar niets. Je weet dat ik niet van tegenspreken houd. Jullie kunnen
mij niet wijsmaken dat jullie de rest van je leven onder de grond zouden willen
doorbrengen. Goed, af en toe maken jullie een tochtje met de boot op de
rivier, maar veel meer beleven jullie niet. Ik zal jullie de wereld laten zien. Ik
zal avonturiers van jullie maken. De Mol en de Waterrat durfden toen niet
meer te zeggen dat ze liever thuisbleven.
s Middags vertrokken de drie wereldreizigers. De woonwagen werd getrokken
door een oud grijs paard. De Pad leunde tevreden uit de halve open deur. De
Waterrat zat nog steeds met een bezorgd gezicht opzij van de wagen. En
de Mol liep vrolijk babbelend naast het paard. De konijntjes die langs de weg
woonden zwaaiden naar de drie vrienden.
OPDRACHTEN (1)
1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.
2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
uw woordenboek op:
de trektocht, de ochtend, de mol, de pad, best: dat kan ~ zijn, kennismaken, de op-
schepper, achterover, de bocht, de baksteen, het grasveld, het landhuis, ijdel, rieten, de
landkaart, boffen, de stal, angstig, het koetshuis, de woonwagen, schilderen, het wiel,
inrichten, het gemak: zich niet op zijn ~ voelen, de slaapbank, timmeren, opklappen,
de boekenplank, de ketel, ontbreken, kwalijk: neem (het) mij niet ~, de kerel, de reis:
op reis gaan, tegenspreken, wijsmaken, de rest, het leven, doorbrengen, af en toe,
beleven, de avonturier, thuisblijven, bezorgd, opzij, babbelen.
3. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.
4. Vat de tekst schriftelijk samen en vertel hem na.
5. Vertaal in het Nederlands:
1. Хотя он об этом никому не рассказывает, у него дела не очень (niet zo best).
2. Мне приятно (prettig) познакомиться с Вами лично (persoonlijk). 3. Cудя по
всему, нам везёт с (boffen, met) погодой. 4. Ему повезло на экзамене (perf.). -
Ему всегда везёт! 5. Нам повезло, что мы здесь. 6. Мне ещё надо отремонти-
ровать кухню и покрасить окна. 7. Она чувствует себя не в своей тарелке.
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      kunnen vanmiddag vertrekken.” “Daar heb je het al,” dacht de Waterrat.
                      “Pad,” zei hij, “je moet het me maar niet kwalijk nemen. Maar heb ik het goed
                      verstaan dat je zei dat we vanmiddag vertrekken?”
                      “Je hebt het goed verstaan, beste kerel,” antwoorde de Pad. “Ik voel er niets
                      voor om alleen op reis te gaan. Jullie mogen met me mee. Nee! Nee! Zeg
                      verder maar niets. Je weet dat ik niet van tegenspreken houd. Jullie kunnen
                      mij niet wijsmaken dat jullie de rest van je leven onder de grond zouden willen
                      doorbrengen. Goed, af en toe maken jullie een tochtje met de boot op de
                      rivier, maar veel meer beleven jullie niet. Ik zal jullie de wereld laten zien. Ik
                      zal avonturiers van jullie maken.” De Mol en de Waterrat durfden toen niet
                      meer te zeggen dat ze liever thuisbleven.
                      ‘s Middags vertrokken de drie wereldreizigers. De woonwagen werd getrokken
                      door een oud grijs paard. De Pad leunde tevreden uit de halve open deur. De
                      Waterrat zat – nog steeds met een bezorgd gezicht – opzij van de wagen. En
                      de Mol liep vrolijk babbelend naast het paard. De konijntjes die langs de weg
                      woonden zwaaiden naar de drie vrienden.

                      OPDRACHTEN (1)

                      1. Luister naar de tekst en antwoord op de vragen van uw docent.

                      2. Lees de tekst. Kijk de woordenlijst door en zoek de woorden die u niet kent in
                      uw woordenboek op:
                      de trektocht, de ochtend, de mol, de pad, best: dat kan ~ zijn, kennismaken, de op-
                      schepper, achterover, de bocht, de baksteen, het grasveld, het landhuis, ijdel, rieten, de
                      landkaart, boffen, de stal, angstig, het koetshuis, de woonwagen, schilderen, het wiel,
                      inrichten, het gemak: zich niet op zijn ~ voelen, de slaapbank, timmeren, opklappen,
                      de boekenplank, de ketel, ontbreken, kwalijk: neem (het) mij niet ~, de kerel, de reis:
                      op reis gaan, tegenspreken, wijsmaken, de rest, het leven, doorbrengen, af en toe,
                      beleven, de avonturier, thuisblijven, bezorgd, opzij, babbelen.

                      3. Stel vragen over de tekst en antwoord erop.

                      4. Vat de tekst schriftelijk samen en vertel hem na.

                      5. Vertaal in het Nederlands:
                      1. Хотя он об этом никому не рассказывает, у него дела не очень (niet zo best).
                      2. Мне приятно (prettig) познакомиться с Вами лично (persoonlijk). 3. Cудя по
                      всему, нам везёт с (boffen, met) погодой. 4. Ему повезло на экзамене (perf.). -
                      Ему всегда везёт! 5. Нам повезло, что мы здесь. 6. Мне ещё надо отремонти-
                      ровать кухню и покрасить окна. 7. Она чувствует себя не в своей тарелке.

                                                                                                           128




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com