Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 127 стр.

UptoLike

Составители: 

127
DE MOL, DE WATERRAT EN DE PAD
58. OP TREKTOCHT
Op een mooie ochtend in de zomer zei de Mol tegen zijn vriend de Waterrat:
Kunnen we vandaag niet op bezoek gaan bij de Pad? Je hebt me zoveel over
hem verteld, dat ik best eens kennis met hem zou willen maken.”
Natuurlijk, zei de Waterrat. “We zullen met mijn boot naar zijn huis varen.
Je zult de Pad best aardig vinden, hoewel hij soms een domme opschepper
is.”
Ze gingen op weg. De Mol roeide en de Waterrat lag lui achterover in de boot.
Na een bocht in de rivier zag de Mol een eindje verderop een prachtig oud
huis van roodbruine baksteen staan. Het mooiste grasveld voor het huis liep
helemaal door tot aan de rivier.
Dat is het landhuis van de Pad, zei de Waterrat. De Pad is heel rijk en zijn
huis is het mooiste in de buurt. Maar dat moet je niet tegen hem zeggen, want
hij is al ijdel genoeg.”
Ze bonden de boot vast aan een paaltje en liepen naar het huis. Toen zagen ze
de Pad. Hij zat in een luie rieten stoel voor het huis en bekeek een grote land-
kaart. Toen hij de Waterrat en de Mol zag, sprong hij uit zijn stoel en riep:
Hallo, maar dаt is gezellig. En jullie moesten eens weten hoe jullie boffen,
dat jullie juist nъ zijn gekomen. Ga maar eens met me mee naar de stallen.
Daar staat iets wat ik jullie wil laten zien.”
De Mol en de Waterrat liepen achter de Pad aan. De Waterrat keek een beetje
angstig naar de Pad. Die vrolijke bui voorspelde weinig goeds... Ze kwamen
bij de stallen. En daar stond voor het koetshuis een woonwagen. De woon-
wagen was knalgeel geschilderd en de wielen rood en groen. Is het geen
prachtige woonwagen? vroeg de Pad. Ik heb hem zelf ingericht.”
De Mol klom achter de Pad het houten trapje op naar de deur. Maar de Water-
rat bleef buiten. Hij voelde zich helemaal niet op zijn gemak. O... O... wat
zou de Pad met ons van plan zijn? dacht hij. Kom mee naar binnen, zei de
Pad tegen de Waterrat. Zuchtend liep toen ook de Waterrat het trapje op.
Binnen in de woonwagen zag het er heel gezellig uit. Langs de wanden waren
slaapbanken getimmerd. Er stond een klein tafeltje dat opgeklapt kon worden
en ook een echt fornuis. Er waren kasten en boekenplanken en een vogelkooi
met een vogel erin. En aan haken in het dak hingen potten en pannen en ketels
in alle soorten en maten.
Je ziet dat ik aan alles heb gedacht, zei de Pad. Er ontbreekt niets. We
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                                     DE MOL, DE WATERRAT EN DE PAD

                                                58. OP TREKTOCHT

                      Op een mooie ochtend in de zomer zei de Mol tegen zijn vriend de Waterrat:
                      “Kunnen we vandaag niet op bezoek gaan bij de Pad? Je hebt me zoveel over
                      hem verteld, dat ik best eens kennis met hem zou willen maken.”
                      “Natuurlijk,” zei de Waterrat. “We zullen met mijn boot naar zijn huis varen.
                      Je zult de Pad best aardig vinden, hoewel hij soms een domme opschepper
                      is.”
                      Ze gingen op weg. De Mol roeide en de Waterrat lag lui achterover in de boot.
                      Na een bocht in de rivier zag de Mol een eindje verderop een prachtig oud
                      huis van roodbruine baksteen staan. Het mooiste grasveld voor het huis liep
                      helemaal door tot aan de rivier.
                      “Dat is het landhuis van de Pad,” zei de Waterrat. “De Pad is heel rijk en zijn
                      huis is het mooiste in de buurt. Maar dat moet je niet tegen hem zeggen, want
                      hij is al ijdel genoeg.”
                      Ze bonden de boot vast aan een paaltje en liepen naar het huis. Toen zagen ze
                      de Pad. Hij zat in een luie rieten stoel voor het huis en bekeek een grote land-
                      kaart. Toen hij de Waterrat en de Mol zag, sprong hij uit zijn stoel en riep:
                      “Hallo, maar dаt is gezellig. En jullie moesten eens weten hoe jullie boffen,
                      dat jullie juist nъ zijn gekomen. Ga maar eens met me mee naar de stallen.
                      Daar staat iets wat ik jullie wil laten zien.”
                      De Mol en de Waterrat liepen achter de Pad aan. De Waterrat keek een beetje
                      angstig naar de Pad. Die vrolijke bui voorspelde weinig goeds... Ze kwamen
                      bij de stallen. En daar stond voor het koetshuis een woonwagen. De woon-
                      wagen was knalgeel geschilderd en de wielen rood en groen. “Is het geen
                      prachtige woonwagen?” vroeg de Pad. “Ik heb hem zelf ingericht.”
                      De Mol klom achter de Pad het houten trapje op naar de deur. Maar de Water-
                      rat bleef buiten. Hij voelde zich helemaal niet op zijn gemak. “O... O... wat
                      zou de Pad met ons van plan zijn?” dacht hij. “Kom mee naar binnen,” zei de
                      Pad tegen de Waterrat. Zuchtend liep toen ook de Waterrat het trapje op.
                      Binnen in de woonwagen zag het er heel gezellig uit. Langs de wanden waren
                      slaapbanken getimmerd. Er stond een klein tafeltje dat opgeklapt kon worden
                      en ook een echt fornuis. Er waren kasten en boekenplanken en een vogelkooi
                      met een vogel erin. En aan haken in het dak hingen potten en pannen en ketels
                      in alle soorten en maten.
                      “ Je ziet dat ik aan alles heb gedacht,” zei de Pad. “Er ontbreekt niets. We

                                                                                                 127




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com