Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 143 стр.

UptoLike

Составители: 

143
de tafel zitten.
Even later kwam de Mol binnen rennen. Hoera! riep hij. Onze vriend de
Pad is terug. O, het spijt me dat ik zo vrolijk ben. Ik heb gehoord wat er met je
huis is gebeurd.”
Stilte! zei de Das opeens heel hard. Ik wil jullie iets vertellen. Ik ga jullie
een geheim verklappen. Ik ben in de onderaardse gang geweest die van de
oever van de rivier naar het landhuis loopt.”
Onzin, zei de Pad. Ik ken elk hoekje en gaatje in mijn huis. En ik weet
zeker dat er nergens een onderaardse gang is.”
Pad, laat me uitspreken! zei de Das verontwaardigd. Er is wиl een onder-
aardse gang. Jaren geleden heeft je vader mij die gang laten zien. En hij heeft
me gevraagd niets tegen jou te zeggen, omdat hij wist dat je wel aardig bent,
maar niet verstandig genoeg om een geheim te bewaren.
Ik mocht het je alleen vertellen als er iets ernstigs zou gebeuren, zoals nu, met
die indringers in je huis.”
Eerst keek de Pad een beetje beledigd. Maar toen zei hij: Mijn vader had
misschien wel gelijk. Ik ben niet zo goed in het bewaren van een geheim. Ik
praat te veel en heb te veel vertrouwen in anderen. Maar genoeg daarover.
Wat heeft die onderaardse gang te maken met de indringers in mijn huis?”
Morgenavond is er een groot feest in je huis, zei de Das. De baas van de
bende wezels is jarig en alle wezels en fretten en hermelijnen zullen mor-
genavond feestvieren in de grote eetzaal.
En ik heb gehoord, dat de baas van de wezels heeft gezegd dat ze geen wa-
pens hoeven mee te nemen. Want hij denkt dat jij een lafaard bent, Pad, en dat
je toch niet meer terug durft te komen.”
“Zijn er morgenavond ook geen wachtposten? vroeg de Waterrat.
Die zijn er wel, antwoordde de Das. Maar daarom is de onderaardse gang
zo gemakkelijk. Die komt uit in de keuken, naast de eetzaal.”
En door die gang kunnen we ongezien het landhuis binnenkomen riep de
Mol opgewonden. En als we in de keuken zijn, lopen we naar de eetzaal…”
En we nemen alle vier een dikke knuppel mee schreeuwde de Waterrat.
En daar slaan we mee op hun valse koppen Pats, pats, boem! gilde de
Pad.
Hij rende zwaaiend met zijn knuppel door de kamer en sloeg op alle stoelen
om te laten zien hoe hij de indringers op hun kop zou slaan.
Stop! Zo is het wel genoeg, zei de Das. Straks sla je per ongeluk nog een
van je vrienden op zijn kop. Het is al laat. We kunnen beter gaan slapen, want
we moeten goed uitgerust zijn. Morgen praten we verder.”
OPDRACHTEN (1)
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      de tafel zitten.
                       Even later kwam de Mol binnen rennen. “Hoera!” riep hij. “Onze vriend de
                      Pad is terug. O, het spijt me dat ik zo vrolijk ben. Ik heb gehoord wat er met je
                      huis is gebeurd.”
                      “Stilte!” zei de Das opeens heel hard. “Ik wil jullie iets vertellen. Ik ga jullie
                      een geheim verklappen. Ik ben in de onderaardse gang geweest die van de
                      oever van de rivier naar het landhuis loopt.”
                      “Onzin,” zei de Pad. “Ik ken elk hoekje en gaatje in mijn huis. En ik weet
                      zeker dat er nergens een onderaardse gang is.”
                      “Pad, laat me uitspreken!” zei de Das verontwaardigd. “Er is wиl een onder-
                      aardse gang. Jaren geleden heeft je vader mij die gang laten zien. En hij heeft
                      me gevraagd niets tegen jou te zeggen, omdat hij wist dat je wel aardig bent,
                      maar niet verstandig genoeg om een geheim te bewaren.
                      Ik mocht het je alleen vertellen als er iets ernstigs zou gebeuren, zoals nu, met
                      die indringers in je huis.”
                      Eerst keek de Pad een beetje beledigd. Maar toen zei hij: “Mijn vader had
                      misschien wel gelijk. Ik ben niet zo goed in het bewaren van een geheim. Ik
                      praat te veel en heb te veel vertrouwen in anderen. Maar genoeg daarover.
                      Wat heeft die onderaardse gang te maken met de indringers in mijn huis?”
                      “Morgenavond is er een groot feest in je huis,” zei de Das. “De baas van de
                      bende wezels is jarig en alle wezels en fretten en hermelijnen zullen mor-
                      genavond feestvieren in de grote eetzaal.
                       En ik heb gehoord, dat de baas van de wezels heeft gezegd dat ze geen wa-
                      pens hoeven mee te nemen. Want hij denkt dat jij een lafaard bent, Pad, en dat
                      je toch niet meer terug durft te komen.”
                      “Zijn er morgenavond ook geen wachtposten?” vroeg de Waterrat.
                      “Die zijn er wel,” antwoordde de Das. “Maar daarom is de onderaardse gang
                      zo gemakkelijk. Die komt uit in de keuken, naast de eetzaal.”
                      “En door die gang kunnen we ongezien het landhuis binnenkomen…” riep de
                      Mol opgewonden. “En als we in de keuken zijn, lopen we naar de eetzaal…”
                      “En we nemen alle vier een dikke knuppel mee…” schreeuwde de Waterrat.
                      “En daar slaan we mee op hun valse koppen… Pats, pats, boem!” gilde de
                      Pad.
                      Hij rende zwaaiend met zijn knuppel door de kamer en sloeg op alle stoelen
                      om te laten zien hoe hij de indringers op hun kop zou slaan.
                      “Stop! Zo is het wel genoeg,” zei de Das. “Straks sla je per ongeluk nog een
                      van je vrienden op zijn kop. Het is al laat. We kunnen beter gaan slapen, want
                      we moeten goed uitgerust zijn. Morgen praten we verder.”
                      OPDRACHTEN (1)

                                                                                                   143




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com