Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 71 стр.

UptoLike

Составители: 

71
HUISWERK
1. Woordenlijst:
de regenboog - радуга; de dwerg карлик, гном; verschijnen - появляться; de
hemel - небо; spatten брызгаться, бродить (по луже); zeg (по)слушай (для
привлечения внимания), zeg, ik ga ну, я пошёл; geel - жёлтый; groen - зелёный;
indigo индиго (тёмно-синий); violet фиолетовый; ik wou… - я хотел(а)
бы…; de volgorde порядок (следования); onthouden - запомнить; de schoud-
er - плечо; nieuwsgierig (naar) любопытный: ik ben ~ of het lukt; ik ben er een
beetje ~ naar; de letter буква; dezelfde тот же самый; iets uit zijn hoofd
kennen знать что-л. наизусть; de moeite затруднение, хлопоты, m. hebben
(met) испытывать затруднения с чем-л.
2. Aanvullende woordenlijst:
de nieuwsgierigheid любопытство: hij deed het uit n.; ze brandde (/verging) van
n. om te weten, wie dat was; het advies (-viezen) совет: advies geven (over); op
advies van de dokter (/zijn advocaat); nat spetteren обрызгать, забрызгать.
3. Antwoord op de volgende vragen:
1. Wanneer verschijnt een regenboog aan de hemel? 2. Wat was Rik aan het doen?
3. Welke kleuren kon Rik aan de regenboog zien? 4. Wie gaf Rik advies hoe hij de
kleuren kon onthouden? 5. Welke zin moest Rik onthouden? 6. Vond Rik het moeil-
ijk om die zin te leren en de kleuren te onthouden?
4. Vertaal in het Russisch:
1. Hij telde de kleuren. Het waren er zeven. 2. Heb je een fiets? Ik heb er twee.
3. Dat zal me wel nooit lukken. 4. Wat een kleuren zeg!
5. Vertel de tekst na.
6. Vertaal in het Nederlands:
1. Попробуй (это) ещё раз. 2. Весна. Деревья зеленеют (worden). 3. Я не могу
запомнить все слова. 4. Ей это не удаётся. 5. Эта шляпа тебе очень идёт [31].
6. Принимайся за работу [29]. 7 . У неё очень довольный вид. 8. Помой
машину [28]. 9.
Она сердится на меня. 10. Об этом я не думала [24, 25].
11.
На углу они переходят улицу [26]. 12. Они хотят взять напрокат машину
[20]. 13. Он сгорает от любопытства. 14. Машина проехала по луже и
обрызгала его.
7. Situatie:
Je loopt naar je werk. Een auto rijdt door een plas en spettert je nat. Wat doe je dan?
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      HUISWERK

                      1. Woordenlijst:
                      de regenboog - радуга; de dwerg – карлик, гном; verschijnen - появляться; de
                      hemel - небо; spatten – брызгаться, бродить (по луже); zeg – (по)слушай (для
                      привлечения внимания), zeg, ik ga – ну, я пошёл; geel - жёлтый; groen - зелёный;
                      indigo – индиго (тёмно-синий); violet – фиолетовый; ik wou… - я хотел(а)
                      бы…; de volgorde – порядок (следования); onthouden - запомнить; de schoud-
                      er - плечо; nieuwsgierig (naar) – любопытный: ik ben ~ of het lukt; ik ben er een
                      beetje ~ naar; de letter – буква; dezelfde – тот же самый; iets uit zijn hoofd
                      kennen – знать что-л. наизусть; de moeite – затруднение, хлопоты, m. hebben
                      (met) – испытывать затруднения с чем-л.

                      2. Aanvullende woordenlijst:
                      de nieuwsgierigheid – любопытство: hij deed het uit n.; ze brandde (/verging) van
                      n. om te weten, wie dat was; het advies (-viezen) – совет: advies geven (over); op
                      advies van de dokter (/zijn advocaat); nat spetteren – обрызгать, забрызгать.

                      3. Antwoord op de volgende vragen:
                      1. Wanneer verschijnt een regenboog aan de hemel? 2. Wat was Rik aan het doen?
                      3. Welke kleuren kon Rik aan de regenboog zien? 4. Wie gaf Rik advies hoe hij de
                      kleuren kon onthouden? 5. Welke zin moest Rik onthouden? 6. Vond Rik het moeil-
                      ijk om die zin te leren en de kleuren te onthouden?

                      4. Vertaal in het Russisch:
                      1. Hij telde de kleuren. Het waren er zeven. 2. Heb je een fiets? – Ik heb er twee.
                      3. Dat zal me wel nooit lukken. 4. Wat een kleuren zeg!

                      5. Vertel de tekst na.

                      6. Vertaal in het Nederlands:
                      1. Попробуй (это) ещё раз. 2. Весна. Деревья зеленеют (worden). 3. Я не могу
                      запомнить все слова. 4. Ей это не удаётся. 5. Эта шляпа тебе очень идёт [31].
                      6. Принимайся за работу [29]. 7 . У неё очень довольный вид. 8. Помой
                      машину [28]. 9. Она сердится на меня. 10. Об этом я не думала [24, 25].
                      11. На углу они переходят улицу [26]. 12. Они хотят взять напрокат машину
                      [20]. 13. Он сгорает от любопытства. 14. Машина проехала по луже и
                      обрызгала его.

                      7. Situatie:
                      Je loopt naar je werk. Een auto rijdt door een plas en spettert je nat. Wat doe je dan?


                                                                                                            71




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com