Lectuur voor beginners: Книга для домашнего чтения по нидерландскому языку. Пода И.З - 96 стр.

UptoLike

Составители: 

96
ook met hem trouwen.
“Wil je met me trouwen?” vroeg de prins en gaf haar als bewijs van zijn liefde
een heerlijke grote appel. De prinses gaf hem haar ja-woord. Ze trouwden en
leefden nog lang en gelukkig.
HUISWERK
1. Woordenlijst:
schoon 1. чистый, 2. красивый; in de verte вдали; de schildwacht охрана;
vast крепко; hetzelfde то же самое; de troon трон; aan/treffen застать;
luid громкий; snurken храпеть; het laken простыня; de fee (feeлn) фея;
dopen крестить; vergeten забывать; betekenen означать; zich prikken
уколоться; iedereen каждый, всякий, все; voorspellen предсказывать; de
heks ведьма; het bewijs доказательство; het ja-woord: zijn ~ geven дать
согласие, принять предложение.
2. Aanvullende woordenlijst:
de kleuterschool детский сад; de roman роман; de detective (zeg: dietektiv)
детективный роман; bewijzen доказать; de afdeling отдел; de taal - язык.
3. Goed of fout? Leg uit.
1. Omdat het in het bos donker was, was de prins verdwaald. 2. De schildwachten
sliepen omdat ze moe waren. 3. De koning en de koningin waren wakker. 4. De prins
werd uitgenodigd voor het doopfeest van de prinses. 5. Toen de prinses de prins
hoorde aankomen, viel ze in slaap. 6. De prins gaf de prinses een appel omdat hij van
haar hield. 7. De prinses wilde niet met de prins trouwen omdat ze betoverd was.
4. Vertel de tekst na.
5. Vertaal in het Nederlands:
1. В чужом городе легко заблудиться. 2. Ей ещё надо забрать (op/halen) своего
маленького сына из садика. 3. Сейчас нам нельзя переходить улицу: горит
красный свет. 4. Я думаю, что он должен возместить ущерб. 5. Я знаю, что
он это утверждает. Но он не может ничего доказать. 6. Это не так важно,
потому что это не доказано. 7. Он читает только (alleen) детективы. 8. Он
сделал ей предложение, и она приняла его. 9. Служащий показал ей, где
отдел романов. 10. Маленькие дети любят сказки.
6. Conversatie:
1. Welke talen spreek je? Waar heb je die geleerd?
2. Ga je wel eens naar een boekwinkel? Wat voor boeken koop je?
3. Wat lees je liever: sprookjes, gedichten, historische romans of detectives?
PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com
                      ook met hem trouwen.
                      “Wil je met me trouwen?” vroeg de prins en gaf haar als bewijs van zijn liefde
                      een heerlijke grote appel. De prinses gaf hem haar ja-woord. Ze trouwden en
                      leefden nog lang en gelukkig.

                      HUISWERK

                      1. Woordenlijst:
                      schoon – 1. чистый, 2. красивый; in de verte – вдали; de schildwacht – охрана;
                      vast – крепко; hetzelfde – то же самое; de troon – трон; aan/treffen – застать;
                      luid – громкий; snurken – храпеть; het laken – простыня; de fee (feeлn) – фея;
                      dopen – крестить; vergeten – забывать; betekenen – означать; zich prikken –
                      уколоться; iedereen – каждый, всякий, все; voorspellen – предсказывать; de
                      heks – ведьма; het bewijs – доказательство; het ja-woord: zijn ~ geven – дать
                      согласие, принять предложение.

                      2. Aanvullende woordenlijst:
                      de kleuterschool – детский сад; de roman – роман; de detective (zeg: dietektiv) –
                      детективный роман; bewijzen – доказать; de afdeling – отдел; de taal - язык.

                      3. Goed of fout? Leg uit.
                      1. Omdat het in het bos donker was, was de prins verdwaald. 2. De schildwachten
                      sliepen omdat ze moe waren. 3. De koning en de koningin waren wakker. 4. De prins
                      werd uitgenodigd voor het doopfeest van de prinses. 5. Toen de prinses de prins
                      hoorde aankomen, viel ze in slaap. 6. De prins gaf de prinses een appel omdat hij van
                      haar hield. 7. De prinses wilde niet met de prins trouwen omdat ze betoverd was.

                      4. Vertel de tekst na.

                      5. Vertaal in het Nederlands:
                      1. В чужом городе легко заблудиться. 2. Ей ещё надо забрать (op/halen) своего
                      маленького сына из садика. 3. Сейчас нам нельзя переходить улицу: горит
                      красный свет. 4. Я думаю, что он должен возместить ущерб. 5. Я знаю, что
                      он это утверждает. Но он не может ничего доказать. 6. Это не так важно,
                      потому что это не доказано. 7. Он читает только (alleen) детективы. 8. Он
                      сделал ей предложение, и она приняла его. 9. Служащий показал ей, где
                      отдел романов. 10. Маленькие дети любят сказки.

                      6.   Conversatie:
                      1.   Welke talen spreek je? Waar heb je die geleerd?
                      2.   Ga je wel eens naar een boekwinkel? Wat voor boeken koop je?
                      3.   Wat lees je liever: sprookjes, gedichten, historische romans of detectives?


                                                                                                         96




PDF created with pdfFactory Pro trial version www.pdffactory.com